Van biologische landbouw

Het GOTS-label garandeert dat het katoen afkomstig is van biologische landbouw. De biokatoentelers gebruiken geen chemische pesticiden maar alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen op basis van bladeren, vruchten e.d. Ze doen ook aan wisselbouw, waardoor de bodem vruchtbaar blijft en minder water nodig heeft. Ten slotte gebruiken de biokatoentelers geen GGO-zaden.

In vergelijking met de conventionele kweek heeft de biokatoenteelt heel wat voordelen:

  • tot 46 % minder effect op de opwarming van de aarde
  • tot 70 % minder verzuring
  • tot 26 % minder bodemerosie
  • 91 % minder waterverbruik
  • 62 % minder energieverbruik

Ecologisch productieproces en veilige arbeidsomstandigheden

Het GOTS-label garandeert ook dat de textielproductie voldoet aan een aantal ecologische criteria, zoals  geen gebruik van schadelijke chemicaliën. De controleorganisatie ziet ook toe op veilige arbeidsomstandigheden in de textielfabrieken.

De impact van conventionele katoenteelt

De klassieke katoenteelt heeft een grote ecologische impact, alleen al door de schaal ervan. Meer dan de helft van alle vezels die de kledingproductie gebruikt is afkomstig van de katoenplant. Bovendien is de teelt op zich erg belastend voor het milieu.

Water. Om 1 kg katoen te produceren is er gemiddeld 20.000 liter water nodig, zowel voor de irrigatie als voor het aanlengen van de pesticiden. Dit kan zware gevolgen hebben op de natuurlijke waterbronnen, zoals te zien aan de inkrimping van het Oeralmeer.

Pesticiden. De katoenteelt is wereldwijd de grootste verbruiker van pesticiden, wat een zware impact heeft op o.a. de ecosystemen, de biodiversiteit en de klimaatverandering. Bovendien lijden mensen die in de katoenteelt werken of bij de katoenvelden wonen ook  schade aan hun gezondheid (kanker, misvormingen, vruchtbaarheidsproblemen, …).

GGO’s. Vandaag wordt ruim een derde van de katoenplanten wereldwijd genetisch gemodificeerd, en dat aandeel blijft stijgen. Ggo-zaden zouden bestand zijn tegen bepaalde ziektes maar blijken soms last te hebben van andere, secundaire ziektes, waarvoor dan toch weer pesticiden nodig zijn. Deze vicieuze cirkel heeft grote financiële gevolgen voor de katoenbouwers. Zij moeten niet alleen elk jaar nieuw GGO-zaad aankopen, maar ook pesticiden.

Ontdek meer visies en verhalen