Soja als voornaamste bron van proteïnen

Colruyt Group is al lang bezig met het verduurzamen van de vlees-, eieren- en zuivelproductie verkocht in onze winkels. Daarbij focussen we op het dierenvoeder en vooral op de inname van proteïnen die de dieren nodig hebben om gezond te groeien.

Na de gekkekoeiencrisis kwam er in 2001 een Europese wet die verbood om dierlijk meel te gebruiken in de veehouderij bestemd voor menselijke consumptie. Sindsdien bestaan de proteïnen in veevoeder bijna alleen uit soja, een peulgewas met heel wat troeven maar ook nadelen.

Invoer uit Zuid-Amerika

Soja heeft veruit de hoogste eiwitopbrengst per hectare landbouwgrond. Het gewas houdt ook de nitraten in de grond goed vast, waardoor er minder bemesting nodig is.

Maar terwijl het merendeel van de veehouders die aan Colruyt Group leveren in België gevestigd is, komt de soja die ze aankopen van veel verder, vooral uit Brazilië en Argentinië, waar grote landbouwbedrijven aan intensieve sojateelt doen. De groei van de soja-industrie roept heel wat vragen op, onder meer over grootgrondbezit, monocultuur, ontbossing of het gebruik van genetisch gemodificeerde soorten. 

Principe 1: de juiste hoeveelheid

Veevoeder verduurzamen betekent in de eerste plaats er zo weinig mogelijk van gebruiken. Het gaat er uiteraard niet om de dieren honger te laten lijden, maar ze precies de juiste hoeveelheid voeder te geven die ze nodig hebben om optimaal en gezond te groeien.

Om die hoeveelheid te bepalen, onderzoeken we samen met onze kwekers hoe we de verhouding kunnen optimaliseren tussen het opgenomen voeder en de gewichtstoename van het dier. Daartoe vragen we onze kwekers om systematisch alle gegevens te verzamelen over volumes voeder en groei van hun dieren. Sinds begin 2016 focussen we daarbij op de vleeskippen, op termijn willen we ook de voedervolumes voor alle diersoorten optimaliseren.

Principe 2: liever lokaal

Een tweede duurzaamheidscriterium is de nabijheid, omdat we het transport en de ecologische impact ervan zo veel mogelijk willen beperken. Nabijheid maakt het vooral ook gemakkelijker om natuurlijke kringlopen op te zetten.

Ideaal zou bijvoorbeeld zijn dat de mest van een varkenskwekerij terugkeert naar het veld waarop het voeder voor de varkens werd geteeld. Op die manier worden de voedingsstoffen die de planten eerder hebben opgenomen uit de bodem er als meststof aan teruggegeven.

Dit ideale scenario is onmogelijk op te zetten als het voeder van ver moet komen. “Bovendien zijn er in België maar enkele landbouwbedrijven die akkerbouw combineren met varkenshouderij en die op zichzelf een volledig gesloten kringloop kunnen volmaken”, legt Veerle Carlier uit, specialiste in duurzame productontwikkeling bij Colruyt Group. “Dat betekent dus dat we moeten nagaan hoe we in het huidige landbouwlandschap het nabijheidsprincipe toch zo veel mogelijk kunnen binnenbrengen.

Lokale soja

Omwille van de nabijheid moedigt Colruyt Group landbouwers aan om een begin te maken met de productie van Belgische soja, die vandaag onbestaande is. Daarom financieren we sinds 2013 mee een wetenschappelijk project geleid door het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), de KU-Leuven en Inagro, de landbouwinnovatiepool van de provincie Oost-Vlaanderen. Dit project heeft aangetoond dat het mogelijk is om ook in onze streken sojasoorten te produceren die perfect geschikt zijn als basis voor veevoeder. In de huidige onderzoeksfase worden verschillende manieren bekeken om de rendementen en de rentabiliteit van de sojateelt te verbeteren.

Wormen voor kippen

De andere manier om nabijheid te bevorderen is innoveren en op zoek gaan naar alternatieve proteïnebronnen die lokaal geproduceerd kunnen worden, zoals bijvoorbeeld insecten. In theorie lijkt het vrij natuurlijk om insecten op te nemen in het dieet van omnivore dieren, en vooral van pluimvee. Wettelijk gezien echter is het sinds 2001 verboden door de Europese regelgeving. In afwachting van nieuwe regelgeving cofinancieren we sinds 2014 een wetenschappelijk project en hopen daarmee het pad te helpen effenen voor nieuwe wetgeving. Het project test of larven van de zwarte soldatenvlieg geschikt zijn voor kippenvoer, zonder de groei en de smaak van de kip te beïnvloeden. Met resultaat: eind 2015 werd het allereerste kippenvoer op basis van wormen op punt gesteld. Het project loopt in samenwerking met UGent, KU-Leuven en de campus Thomas More in Geel.

Principe 3: zo duurzaam mogelijk

Intussen blijven de veetelers die leveren aan Colruyt Group grotendeels afhankelijk van soja uit Latijns-Amerika. Daarom willen we de voorlopig onvermijdelijke sojastroom maximaal verduurzamen. We maken daarbij gebruik van het systeem van duurzaamheidscertificaten uitgegeven door RTRS (Round Table on Responsible Soy).

Deze internationale organisatie ondersteunt de commercialisatie van soja gekweekt volgens strikte sociale en ecologische criteria, waaronder goede landbouwpraktijken, beperkt gebruik van pesticiden, behoud van de biodiversiteit en correcte werkomstandigheden. Colruyt Group is in 2015 toegetreden tot de RTRS.

30.000 ton soja compenseren

Het RTRS-systeem is vergelijkbaar met het RSPO-systeem voor palmolie, waarmee we al werken sinds 2013.

De sojamarkt zit zo in mekaar dat veetelers niet bij identificeerbare sojaboeren aankopen: ze bevoorraden zich uit anonieme sojastromen die opgezet worden door tussenhandelaren. Die ‘blinde’ aankoop compenseren wij dan door certificaten aan te kopen bij RTRS-gecertificeerde sojaproducenten (rechtstreeks of via de organisatie). Zo steunen we de sojaboeren die op een duurzame manier ondernemen.

Sinds 2016 kopen we voldoende RTRS-certificaten aan om alle soja te dekken die in onze productieketens gebruikt wordt. Het gaat om 30.000 ton per jaar, legt Veerle Carlier uit.

Een Braziliaans project

Tegelijk investeren we in een ontwikkelingssamenwerkingsproject in de staat Goiás in het centrum van Brazilië. Dit doen we samen met de Belgische ngo Trias en de Braziliaanse organisatie Cresol, die landbouwcoöperaties financieel ondersteunt”, vervolgt Veerle Carlier. “We begeleiden er een groep kleine sojaboeren om RTRS-certificatie te halen. Door hun geringe schaalgrootte is het voor de lokale producenten niet gemakkelijk om gecertificeerd te geraken en hebben ze begeleiding nodig. Na certificatie zullen we rechtstreeks al hun certificaten aankopen.”

Het project financiert de opleiding en de uitrusting van vier technisch adviseurs, die 200 familiale landbouwbedrijfjes zullen begeleiden. We hopen op die manier in 2016 8.000 ton gecertificeerde soja te produceren en op termijn tot 24.000 ton te komen. Dankzij de RTRS-certificering zullen de kleine familiale ondernemingen gemakkelijker toegang krijgen tot de internationale sojamarkt, die nu beheerst wordt door de grootschalige sojaproducenten. De kleine bedrijven zullen zo hun inkomsten kunnen verhogen en meer investeren in hun activiteit. 

Grote uitdaging

De aanvoer van veevoeder is voor de Europese veehouderij een grote uitdaging geworden. De bestaande oplossingen zijn op termijn moeilijk houdbaar, niet alleen om sociale en ecologische redenen maar ook vanuit economisch oogpunt. Vandaag zijn we immers sterk afhankelijk van geïmporteerd veevoeder, waarvan de prijzen ook nog eens sterk schommelen. Daarom werkt Colruyt Group met al zijn leveranciers aan meer duurzame oplossingen die ook vrij snel in de praktijk omgezet kunnen worden.

Ontdek meer visies en verhalen